Ontslagen. Het verhaal van Seppe.

Seppe is zijn baan kwijt. Hij wil graag het verhaal van zijn eerste dag tot zijn ontslag delen. Zijn verhaal gaat niet over hem alleen. Het is het verhaal van onze samenleving waar winst boven mensen gaat. Waar de permanente onzekerheid regeert. Seppe uit Leuven schreef zijn verhaal op Facebook. Binnen één dag reageerden meer dan 500 mensen op zijn verhaal, werd het bijna 2.000 keer geliket en meer dan 1.500 keer gedeeld.

Seppe De Meulder

Orderpicker

"Midden november vorig jaar begon ik te werken als orderpicker in het magazijn van Aveve. Elke zondagavond kreeg ik van het interimbureau een nieuw contract opgestuurd voor de komende week, alsof je elke week opnieuw aangenomen wordt. Dat was telkens weer een beetje spannend, want elke week waren er ook collega’s die niet meer terugkwamen, die geen nieuw contract kregen. Permanente onzekerheid, maar na zes maanden werken als interimmer is het bedrijf verplicht om je een vast contract te geven. We zijn vandaag vijf maanden en drie weken verder en wat in te sterren geschreven stond is gebeurd: ik ben ontslagen. Of juister: de samenwerking wordt niet verlengd, zoals dat dan mooi heet. Ik wil graag het verhaal van mijn eerste dag tot mijn ontslag delen. Dat is nodig, denk ik, omdat het niet mijn verhaal is, maar dat van onze samenleving.

Je moet dus 450 minuten verzamelen

Aan het begin van een shift in het magazijn van Aveve zet je een hoofdtelefoon op je hoofd die nauwgezet zal bepalen welke handelingen je de komende acht uur zal uitvoeren. Als het machientje ‘neem drager europallet’ zegt, leg je een pallet op de pinnen van je toestel en zeg je ‘ok’. Vervolgens geeft de vrouwenstem in je hoofdtelefoon je eerste locatie aan. Bijvoorbeeld: ‘gang 5, 31-1’. Dan rijd je naar de juiste locatie en geef je het controlegetal dat bij die locatie hoort. Het systeem geeft aan wat je op je palet moet stapelen. Bijvoorbeeld: ‘één zak van één’, ‘tien doos van vier’ of ‘zeven stuks’. Dat kunnen zakken kippenvoer zijn, barbecues, bloempotten; alles wat je in de winkels van Aveve kan kopen. Tuin-, dier-, bakplezier. Sinds de coronacrisis stapelden we vooral bloem, veel bloem. Als je de juiste hoeveelheid genomen hebt bevestig je door bijvoorbeeld ‘drie ok’ te zeggen en word je naar de volgende locatie gestuurd.

Om het proces van het rijden naar de juiste locatie, het nemen van de benodigde hoeveelheid tot het bevestigen te overlopen, krijgen we gemiddeld één minuut. Elke locatie noemen we één lijn. Een werkdag duurt acht uur waarvan een half uur pauze. Je moet dus 450 minuten verzamelen. Voor elke nieuwe bestelling waarbij je een gestapelde pallet inwikkelt, een sticker met een barcode print, je pallet afzet aan de juiste poort om op de camion geladen te worden en een nieuwe pallet neemt; krijg je drie minuten. Om genoeg minuten te verzamelen moet je op een dag dus ongeveer 17 bestellingen en 400 lijnen afwerken.

Die hoofdtelefoon is geen werktuig dat we gebruiken om onze job uit te voeren. Het is de hoofdtelefoon die ons bestuurt, we zijn er als het ware een aanhangsel van. Tijdens de pauze worden gesprekken dan ook vaak gedomineerd door wat de vrouwenstem in onze oren heeft geroepen. “Ik had weer slechte lijnen”, is waarschijnlijk de vaakst uitgesproken zin in de refter. Slechte lijnen zijn locaties met veel ‘collis’, wat betekent dat je van één locatie veel producten moet stapelen. Twintig zakken van twintig kilo stapel je niet op een minuutje. Het is dus verleidelijk om boos te worden op de vrouw in je hoofdtelefoon, maar dat is natuurlijk een computerstem. In werkelijkheid is dat machientje slechts een middel waarmee onze baas ons bestuurt. Een uiterst efficiënt middel om de intensiteit van onze arbeid te maximaliseren, of in mensentaal: om ons harder te doen werken.

Met een hoestje kom je dus maar beter gewoon werken...

Ons harder doen werken is ook één van de redenen dat de meerderheid van de werknemers bij Aveve werkt met interimcontracten. Je bent niet enkel veel goedkoper voor je werkgever. Het houdt je ook gemotiveerd om wel degelijk die 450 minuten te verzamelen. Wie een week minder presteert, zie je de volgende week niet meer terug. En van die angst om ontslagen te worden durft de baas al eens serieus misbruik te maken. “Wie te vaak ziek is wordt ontslagen”, zo wordt ons tijdens de middagpauze duidelijk gemaakt. “Met een hoestje kom je dus maar beter gewoon werken”, voegt hij er in volle coronacrisis nog aan toe. Dat blijft niet bij woorden. Een collega van me die thuis bleef met symptomen van corona zijn contract werd niet verlengd, wegens te lang afwezig.

Dat is niet enkel onrechtvaardig ten opzichte van die jongen. Het is mensen aanzetten om ziek te gaan werken en dus spelen met de volksgezondheid. Enkel en alleen om de kosten te drukken en zo de winsten te vergroten. Moorddadig eigenlijk, letterlijk. Om te begrijpen wat er in deze wereld gebeurt moet je begrijpen wat er in dat magazijn gebeurt. Het is op de werkvloer dat de uitbuiting plaatsvindt waarop heel het systeem draait. Maar om te begrijpen wat er op die werkvloer gebeurt moeten we ook begrijpen wat er allemaal in deze wereld gebeurt.

De baas van de baas

“Ik heb ook een baas”, riep onze baas ons eens toe wanneer hij weer eens duidelijk probeerde te maken dat we allemaal harder moeten werken. “En ik ga niet toelaten dat ik op mijn kop krijg omdat jullie je voeten er aan vegen.” Maar boven zijn baas staat weer een baas. En die baas moet dan weer luisteren naar de aandeelhouders die op zoek zijn naar een zo groot mogelijk rendement. Zakt dat rendement, dan trekken ze naar de concurrentie. Dat is hoe de markt werkt. En dus is Aveve net als elk ander groot bedrijf gedwongen om ons als werknemers zo hard mogelijk uit te persen. Ook wat betreft het overmatig gebruik van interimcontracten is Aveve geen uitzondering, maar volgt het de regel van de markt. In de top 100 van de grote bedrijven in ons land die het meest uitzendkrachten gebruiken, is gemiddeld 25 procent van de arbeidsplaatsen door hen ingevuld.

Stok en wortel

De constante dreiging van ontslag is de stok waarmee we worden opgejaagd. Maar er is ook een wortel: het vast contract. Dat is zo een beetje de American dream van de interimarbeider. Na zes maanden interimcontracten is men wettelijk verplicht om een vast contract aan te bieden. Als je hard werkt, zo wordt ons voorgehouden, kan je zo een vast contract verdienen. Dat betekent een hoger loon en vooral werkzekerheid. En inderdaad: gedurende de periode dat ik voor Aveve werkte, veroverden twee collega’s een vast contract. Ik ben blij voor hen. Maar in dezelfde periode zag ik zeker vijftig nieuwe collega’s binnenkomen en weer vertrekken. Eigenlijk zorgt het idee dat je als je goed je best doet en je hard werkt een vast contract kan krijgen er voornamelijk voor dat we elkaar als concurrenten voor die schaarse plekjes beschouwen in plaats van samen op te komen voor betere arbeidsvoorwaarden.

Tuin-, dier-, bakplezier. En chroninsche werkonzekerheid.

Ook ik ben in die val getrapt. Wanneer gevraagd wordt om uitzonderlijk ook een aantal zaterdagen te komen werken, ging ik daar net als al mijn collega-interimmers op in. In de hoop misschien een vast contract te kunnen krijgen en uit verantwoordelijkheidszin. Door de coronacrisis is er een enorme toename van de verkoop van een aantal producten. De mensen willen brood bakken, de kippen hebben eten nodig en van lege rekken wordt niemand vrolijk. Mijn werk gaf mij ook een bepaalde fierheid. Alsof ik deel uitmaak van een grote familie die de bevolking bevoorraadt. Dat is ook waarom ik graag ging werken. Je hebt niet enkel beweging, contact met je collega’s en structuur in je dag. Je zet je ook nuttig in voor de samenleving.

Het zijn natuurlijk de werkende mensen die het land doen draaien, maar een bedrijf is geen grote familie. Als collega’s zorg je wel voor elkaar. Maar zolang de wetten van de markt bepalend zijn, blijft het bedrijf uiteindelijk een dictatuur van het grote geld. Je mag je stinkende best doen om je werk zo goed mogelijk te doen en weekends komen werken om het bedrijf uit de nood te helpen. Als het goedkoper is om iemand anders opnieuw als interimmer te laten starten, word je samen met het huisvuil buiten gezet.

Maar uiteindelijk is mijn probleem geen individueel probleem, wel een maatschappelijk probleem.

Het bedrijf zal hierdoor niet efficiënter werken. Mijn vervanger zal de job nog moeten leren, zeker in het begin veel trager zijn dan ik en vaker spullen laten vallen. De constante instroom van nieuwe werknemers maakt het werk ook een stuk minder veilig en de kans op bijvoorbeeld botsingen wordt groter. Maar in de kosten-batenanalyse van een bedrijf tellen enkel de euro’s. En rechteloze interimarbeiders uitpersen aan minder dan 13 euro per uur is nu eenmaal winstgevender dan mensen een vast contract en een treffelijk loon bieden.

Ik ga mijn job missen. En mezelf aanmelden bij de VDAB en de zoektocht naar een nieuwe job starten is niet iets waar ik meteen naar uitkijk. Maar dat komt uiteindelijk wel goed. Ik heb bovendien geen kinderen die ik moet onderhouden en kan wel een tijdje doorkomen met het geld dat ik het afgelopen jaar gespaard heb. Maar uiteindelijk is mijn probleem geen individueel probleem, wel een maatschappelijk probleem.

Flexibilisering, lage lonen en precaire statuten

Elke avond wordt overal in het land geapplaudisseerd voor de werkende mensen die het land doen draaien. Maar overal in het land staan diezelfde mensen onder druk door toenemende flexibilisering, lage lonen en precaire statuten. Dat is de wereld op haar kop. In deze coronacrisis is meer dan ooit duidelijk geworden: het zijn de werknemers die de welvaart creëren, niet de winstlogica van de aandeelhouders die er een boeltje van maakt. Applaus is een goed begin, maar het wordt tijd dat deze wereld op haar poten gaan zetten.

Tijd om de mensen op de eerste plaats te zetten, niet de winst."


Schrijf als eerste een reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Dit is jouw beweging